Wanneer worden de wetsartikelen in het voordeel van de vrouw veranderd?

Atria heeft in een brief aan minister Grapperhaus verzocht tot aanpassing van het bestaande wetsartikel over verkrachting. Kern van verkrachting dient gebrek aan instemming te worden in plaats van dwang. Hiermee vergroten we de bescherming en erkenning van slachtoffers en dragen we de ernst van verkrachting als mensenrechtenschennis beter uit.

Atria is verheugd dat er met het Wetsvoorstel seksuele misdrijven de minister van Justitie en Veiligheid stappen zet richting de strafbaarstelling van alle onvrijwillige seks. We wijzen er echter op dat de voorgestelde hiërarchische tweedeling in delicten – seks tegen de wil en verkrachting – niet in lijn is met internationale mensenrechtenverdragen. En het doet bovendien geen recht aan de slachtoffers. In plaats van het toevoegen van een extra delict aan de wet seksuele misdrijven, pleiten we daarom voor aanpassing van het bestaande Artikel 242 (Verkrachting).

Hoe vaak komt verkrachting voor?

Verkrachting is in Nederland een omvangrijk probleem, waarmee overwegend vrouwen te maken krijgen. Eén op de 10 vrouwen wordt eens in haar leven verkracht. Jaarlijks komen er naar schatting 100.000 slachtoffers van seksueel geweld bij.

Wat is verkrachting?

Verkrachting is het seksueel binnendringen van het lichaam onder dwang van (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid. Volgens Artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht is er sprake van verkrachting wanneer dwang of geweld kan worden bewezen. Dit is echter lang niet altijd het geval, bijvoorbeeld wanneer het slachtoffer gedrogeerd is, of bevriest.

Waarom we pleiten voor aanpassing van het bestaande artikel over verkrachting

Bevriezing zorgt ervoor dat dwang of geweld niet altijd kunnen worden bewezen

Bevriezing, een automatische overlevingsreactie van het lichaam, komt vaak voor. 70% van de slachtoffers doet niets of werkt uit angst juist mee tijdens de verkrachting. (1) Naast dat bevriezing het bewijzen van verkrachting bemoeilijkt, kunnen slachtoffers te maken krijgen met verwijtende reacties uit de omgeving, die het slachtoffer bevragen over het gebrek aan verzet. Dit leidt tot ‘secundaire victimisatie’. De lastige bewijslast en stigmatisering kunnen bijdragen aan een lage aangiftebereidheid en een laag aantal veroordelingen. Van de 1224 slachtoffers die zich tussen januari en oktober 2019 bij de politie meldden, deden er slechts 499 aangifte. Dit leidde slechts in 102 gevallen tot veroordeling van de dader.